Na één wedstrijd hebben trainers en ouders langs de lijn een beeld gevormd van de goede spelers en zij die gewoon meedoen. De pupil stop je gemakkelijk in een hokje.
Bijna iedere coach deelt zijn eigen pupillen op. Een spelmaker. Een dienende speler. Een belangrijke speler op de as van het veld. Een snelle speler op de vleugel. Een balvaardige speler voorin. Iedereen daartussen zoekt het maar ergens op het middenveld uit.
Voor een trainer is het goed om meer te weten over het kind dan alleen dat wat hij tijdens de training ziet.
Als trainer/coach heb je een doel voor ogen. Tegen het eind van het seizoen moet er een goed functionerend elftal staan. Als het aan jou ligt, spelen ze straks als mini-profvoetballers. Jouw sterspelers zijn wat dat betreft al een eind op weg en jij support ze. Maar is het niet de werkelijke kunst van het coachen om van élke speler de kwaliteiten te ontdekken en deze verder te ontwikkelen? Hoe past een trainer zich aan, aan de persoonlijkheid van een speler?
,Geplaatst op 02 juli 2016 door tym