
Op school leren ze touwklimmen, buiten klauteren ze in bomen. Tijdens gym leren ze op de balk te balanceren, buiten schooltijd op de stoeprand. Met hulp van een volwassen hand maken ze hun eerste sprong over een bok, zodra ze thuis zijn springen ze met plezier zelfstandig op en van de bank.
De meeste dingen die kinderen tijdens gestructureerde sportactiviteiten doen, kunnen en doen ze ook wanneer ze zelf spelen zonder toezicht. Het grote verschil? Zonder volwassenen, opdrachten en verplichtingen kan een kind zijn eigen tempo bepalen.
Als Sanne tijdens de gymles nog niet helemaal naar boven durft te klimmen, is ze daar nog niet klaar voor. Maar misschien zie je haar drie weken later wel bovenin de grootste boom op het speelplein zitten. Toen was ze dus wél klaar om de volgende stap te zetten. Zonder hulp, zonder druk, zonder toeziend oog.
Kinderen weten heel goed wat ze nodig hebben en wat ze wel of niet aankunnen.
Dit is wat kinderen leren van spelen zonder toezicht.
Geplaatst op 29 september 2015 door tym